Wat is bier nu eigenlijk?

 …. De drank verkregen na alcoholische gisting van een wort, hoofdzakelijk bereid uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, waarvan tenminste 60 % gerst- of tarwemout, alsmede hop, eventueel in verwerkte vorm, en brouwwater (Artikel 2 van het Belgisch wetboek)

…. Bier is elk product dat een mengsel is van bier en van niet-alcoholische dranken van de GN-code 2206, met een alcoholgehalte van meer dan 0,5% vol.(ACCIJNZEN wetboek )

…. Bieren die volgens het Reinheitsgebot zijn gebrouwen bevatten uitsluitend de vier basisingrediënten van bier: water, graan, hop en gist.

Bier bestaat uit vier vaste ingrediënten, namelijk water, graan, hop en gist. Gist wordt als enige van deze vier niet als grondstof gezien, aangezien het een levend organisme is, maar het is wel een ontzettend belangrijk ingrediënt van bier. 

Water

Raar misschien, maar als smaakmaker dient het water dat gebruikt wordt bij het brouwen aan veel eisen te voldoen.   En aangezien niet alle brouwerijen, zoals dat het geval is bij Guinness, net naast een waterbron ingeplant zijn wordt  het water vaak in de brouwerij zelf nog gezuiverd, gekookt en gecontroleerd. Vaak worden er speciale mineraalwaters gebruikt. Grote internationale brouwerijen, produceren hun bier op meerdere locaties, waardoor er verschillende waters worden gebruikt.  Dat maakt dat de smaak van hun bier op verschillende bouwlocaties dan ook anders smaakt.  Om kwaliteitconsistentie te kunnen garanderen worden bij de meeste brouwen van elke water eerst demiwater geproduceerd. Dan voegt men er mineralen aan toe, waardoor er overal gelijk smakend brouwwater voorradig is. 

Graan

Gerst is de meest voorkomende graansoort die wordt gebruikt voor het maken van bier  Het bevat veel zetmeel en een intense smaak. Bovendien is het relatief gemakkelijk te verwerken en is gerstemout goed te filteren. Rogge, haver, maïs of rijst zijn andere graansoorten die ook wel worden gebruikt . Voor witbier wordt  bijvoorbeeld tarwe gebruikt. Deze granen worden vaak in combinatie met gerst gebruikt. 

Hop

De hop is een plant uit de beruchte hennepfamilie, , weet je wel, cannabis enzo. De botanische naam luidt Humulus Iupulus. Het is een snel groeiende plant met een gemiddelde groeisnelheid van 10 centimer per dag. 

Hop geeft de typische aroma en bittere nasmaak aan bier. Daarnaast zorgt het ook mede voor een goede schuimkraag en verlengt het de houdbaarheid van het bier. Er worden  aromahoppen en bitterhoppen geteeld. Sinds de speciaalbierrevolutie zijn vooral aromahoppen heel erg in trek, aangezien deze zorgen voor de herkenbare hopgeur bij bijvoorbeeld IPA bieren.Het Hopextract in je biertje heeft een rustgevende en slaapverwekkende werking.

Gist

Gisten zijn eencellige schimmels. Ze zijn in staat om glucose te ontleden en deze om te zetten in ethanol en koolzuurgas. Dit zorgt voor de bubbels en de alcoholpercentage die aanwezig zijn in het bier. De drie gisten waarmee je bier kunt brouwen zijn:  Spontane gist (de manier waarop we duizenden jaren bier hebben gebrouwen) /  Ondergist  / Bovengist

Bier geschiedenis

Bier is een van de oudste dranken uit de menselijke geschiedenis. ( tekst komt grotendeels van kennisinstituutbier )

Bier is ongeveer in 4.000 voor Christus ontstaan. Waarschijnlijk ontdekken Sumerische nomaden in Mesopotamië, een streek die we tegenwoordig als Irak kennen, het.
Deze nomaden leren grassen telen en gebruiken als basis voor brood en bier. Met de uitvinding van de akkerbouw komt een einde aan het nomadenbestaan en begint de stedelijke beschaving.

Mesopotamië
De eerste bewijzen dat de mens al duizenden jaren bier drinkt leveren de Sumeriërs, die zo’n 6.000 jaar geleden in Mesopotamië leefden. Het symbool voor bier in het Sumerische spijkerschrift is een kruik met een puntige bodem.
De Sumeriërs bakken eerst een soort broden, die ze vervolgens in water verkruimelen. De pap die zo ontstaat laten ze vergisten. Eventueel brengen ze het bier op smaak met kruiden, honing of dadels. Omdat er in het bier nog allerlei broodkorsten ronddrijven, drinken de eerste bierdrinkers hun bier met een rietje.
Egypte
Ook de oude Egyptenaren in de tijd van de farao’s zijn grote liefhebbers van bier. Bier is voor alle rangen en standen een hoofdbestanddeel van de dagelijkse maaltijd. Het wordt ook gebruikt als offergift aan de goden. En om na de dood geen dorst te krijgen, worden in graven ook miniatuurbrouwerijen, gemaakt van hout en gips, meegegeven.
Rome
Bij de Romeinen staat bier niet meer in hoog aanzien. Het is de drank van de Germaanse en Keltische stammen die aan de westelijke en noordelijke grenzen van het Romeinse Rijk leven. De Romeinse schrijver Tacitus merkt op dat Germanen zo dol zijn op het gerstenat dat het makkelijker is hen te verslaan met drank dan met wapens.
Middeleeuwen
In de vroege Middeleeuwen is het brouwen van bier een huishoudelijke bezigheid, voorbehouden aan vrouwen. Naast brood bakken en wassen, brouwen zij voor het gezin een stevig potje bier. Om in hun levensonderhoud te voorzien, brouwen ook kloosterlingen (monniken en nonnen) verschillende bieren. In St. Gallen in Zwitserland is een kloosterbrouwerij uit 820 gedeeltelijk bewaard gebleven. In de tijd van Karel de Grote (rond 800) ontstaan grotere brouwerijen om de hoeveelheden bier te brouwen die nodig zijn voor het hof of voor grotere huishoudens. Naast het thuisbrouwen komt ook het zogenaamde koopbrouwen door ambachtslieden in gebruik.
Hop is in die tijd nog niet bekend om bier zijn bekende bittere smaak te geven. Brouwers brengen het bier op smaak met allerlei kruiden, die gruit worden genoemd. Het brengt de landsheren een aardige duit op. De brouwers, die gruit gebruiken, moeten aan de landsheren, op wiens grond het gruit geoogst wordt, belasting betalen. Deze bijzondere belasting – het gruitrecht – is de voorloper van de accijns zoals we die nog steeds kennen.
De Middeleeuwer is een dorstig type. Met gemak drinkt iedere man, vrouw of kind 300 liter bier per jaar. Ze weten dat je ziek wordt van het water uit sloten en grachten. Alternatieven als koffie, thee of wijn bestaan nog niet of zijn te duur. Het bier dat de Middeleeuwer dagelijks drinkt lijkt overigens niet op het bier dat we nu drinken. Het bevat maar heel weinig alcohol en smaakt waarschijnlijk vrij zuur.
Met de koopbrouwer is ook de commerciële brouwerij geboren. 

Het aantal brouwerijen stijgt gestaag. Steden met meer dan honderd brouwerijen zijn geen uitzondering. Bekende brouwsteden uit die tijd zijn Kortrijk, Gent, Brussel en Antwerpen. De brouwers verenigen zich in gilden en zijn vaak de machtigste kooplieden in de stad of streek. Men beweert zelfs dat de overwinning op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog grotendeels met bieraccijnzen gefinancierd is.
In de talrijke kloosters en abdijen wordt de kunst van het bierbrouwen steeds verder verfijnd. Waarschijnlijk ontstaat ook daar het idee om gruit in bier te vervangen door hop. Bier met hop is smakelijker. Bovendien bederft het minder snel. Commerciële brouwers zien hier al snel de voordelen van in. Het wordt mogelijk om bier zonder kwaliteitsverlies te exporteren. De houders van het gruitrecht proberen lange tijd via allerlei verboden dit bier tegen te houden. Zonder gruit immers geen inkomsten! Het is een vergeefse strijd. Hoppebier blijkt onweerstaanbaar voor de consument. Stad na stad wordt het gruitrecht omgezet in een accijns op de hoeveelheid gebrouwen bier. Vanaf de vijftiende eeuw wordt vrijwel alleen nog maar hoppebier gebrouwen.
Moderne tijd
De grote en belangrijkste technologische ontwikkelingen in de brouwerij kwamen pas na ongeveer 1800. Kennis van scheikunde en biologie ontwikkellen zich gestaag en worden de basis van de moderne brouwerij.

Rond 1870 ontdekt de Fransman Louis Pasteur de werking van gist. Het boek dat hij hierover schrijft heet ‘Etudes sur la bière’ (Studie naar bier). Het is opvallend dat een Fransman dit baanbrekende werk doet met bier in plaats van wijn. Pasteur ontdekt ook dat als men het bier voor het afvullen verhit tot 70-80 graden Celsius, diverse bacteriën en de gist sterven en daardoor geen schade aan de smaak van het bier kunnen aanrichten. Dit proces wordt naar hem vernoemd: pasteuriseren.


Ondertussen is in Bohemen een nieuw soort bier uitgevonden, een bier dat we nu kennen onder de naam pils. Om pils te kunnen brouwen moet het bij lage temperaturen vergisten en lageren. Dat kan in ons land pas effectief als rond 1880 de koelmachine wordt uitgevonden. Tot die tijd moet de brouwer in de winter staven ijs uit sloten, rivieren en meren hakken om het bier ook in de zomer koel te houden. Maar als de Nederlandse brouwers de kunst van het pils brouwen onder de knie krijgen, gaat het snel. Pils wordt razend snel het meest gedronken biertype. Zo zeer zelfs, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw bijna alleen nog maar pils gebrouwen wordt in Nederland. Bier en pils zijn synoniem geworden.
Halverwege de jaren tachtig begint een tegenbeweging. Anders smakende bieren uit België worden populair en het duurt niet lang voordat bestaande en nieuwe kleine brouwerijen ook in Nederland beginnen met het brouwen van speciaalbier. Soms worden oude recepten nieuw leven ingeblazen, vaak ook verzint een brouwer een creatief nieuw recept.

 Ondanks de populariteit van pils blijkt de Nederlander minder dorstig dan de buren in Duitsland en België. Een dieptepunt wordt bereikt in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1949 drinkt de Nederlander gemiddeld niet meer dan tien liter bier per jaar. Om het tij te keren zette het Centraal Brouwerij Kantoor (nu Nederlandse Brouwers) in de jaren vijftig een reclamecampagne op met de slogan: “Het bier is weer best”. De campagne heeft succes. Halverwege de jaren zestig stijgt de bierconsumptie tot 40 liter. Het begin van de jaren negentig laat een voorlopig hoogtepunt zien van 90 liter. Inmiddels drinken we gemiddeld tussen de 70-80 liter bier per Nederlander per jaar.